Onze visie

Leven vanuit
persoonlijke voorkeuren
en mogelijkheden

 

  1. De individuele vraag van mensen bepaalt het aanbod. Zorgorganisaties delen mensen niet langer in op leeftijd en aandoening en laten hun vertrouwde manier van werken gedeeltelijk los. Het institutionele systeem is niet langer leidend.
     
  2. Binnen de Wet langdurige zorg hebben mensen het recht de
    eigen indicatie te verzilveren op de manier die het best past bij de persoonlijke omstandigheden. Projecten moeten om die reden volledig zijn voorbereid op het scheiden van wonen en zorg en geschikt zijn om alle financieringsarrangementen, inclusief een intramurale financiering, te ondersteunen.
meneer Swam.jpg

Mensen met een (intensieve) zorg- en ondersteuningsvraag moeten het leven kunnen
leiden dat past bij hun persoonlijke mogelijkheden
en voorkeuren. Dit is de visie die HevoFame drijft.
Die visie waarmaken vraagt om een transitie die
wij 'van verblijf naar wonen' hebben genoemd.

Dialoog vanuit waarden-02.svg

Als we het systeem van zorg en maatschappelijke ondersteuning van kwetsbare mensen zo inrichten, kunnen zij worden ondersteund op een manier die het best past bij de persoonlijke levenssfeer. Om de ruimtelijke vertaling van ‘van verblijf naar wonen’ mogelijk te maken creëerden we in samenspraak met zorgorganisaties, corporaties, bewoners en hun persoonlijke netwerk integrale woonconcepten als Beschermd Wonen en Wonen met een Plus. Die concepten dragen
bij aan vitale wijken en dorpen: een inclusieve samenleving die de leefwereld van álle mensen centraal stelt.

Van Verblijf naar Wonen

Van verblijf naar wonen betekent ‘van zolang mogelijk thuis’
voordat je naar het verpleeghuis gaat (vanwege bijvoorbeeld dementie of een somatische ondersteuningsvraag) naar ‘altijd thuis’ in een beschermde woonomgeving die bij je past. We horen, onder andere vanuit de landelijke politiek, dat we ‘terug moeten naar de menselijke maat’. Op zich een goed streven. Maar wat is die menselijke maat eigenlijk en hoe gaan we er naar terug? Voor HevoFame begon de zoektocht naar de menselijke maat bij het persoonlijke levensverhaal van mensen met een ondersteunings-vraag. In plaats van een focus op aandoening en leeftijd, of op systeemduidingen als intramuraal, ZZP’s, bedden en plaatsen, stellen we dat je eerst de mens moet kennen om de aandoening zoals bijvoorbeeld dementie te begrijpen. In het verlengde van dit persoonlijke levensverhaal kwamen we tot een belangrijke conclusie: de eigen woning, die tijdens een mensenleven voor bijna iedereen de ultieme persoonlijke omgeving is, vormt de basis voor een nieuw perspectief.

eikenhorst1-LRG.jpg

Wetenschappelijk onderzoek
en wettelijke kaders

Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt wat wij aan ontwikkelingen zien en ervaren. Wettelijke kaders nemen steeds meer de mens als uitgangspunt.

  • De definitie van gezondheid verandert en een positieve benadering daarvan raakt steeds meer ingebed in het denken en handelen van professionele (zorg) organisaties. Denk aan het model van positieve gezondheid van Machteld Huber. Positieve gezondheid legt het accent niet op ziekte, maar op mensen zelf: op hun veerkracht en op wat het leven betekenisvol maakt.
     
  • De sociale benadering van dementie, uitgewerkt door Anne-Mei The, schetst een breder interpretatiekader van alles wat er rondom de ziekte gebeurt. De wisselwerking tussen ziekte en leefwereld bepaalt het leven van mensen met dementie.
     
  • Het nieuwe kwaliteitskader verpleeghuiszorg neemt de ‘cliënt als mens’ als vertrekpunt. De cliënt bepaalt hoe zorgverleners zo optimaal en liefdevol mogelijk kunnen bijdragen aan de kwaliteit van zijn of haar leven.
     
  • Op 1 januari 2020 is de Wet bopz vervangen door de Wet zorg en dwang. Vrijwillige zorg het  uitgangspunt is, tenzij het echt niet anders kan.

Koers van de overheid

De koers van de overheid is dat kwetsbare mensen gewoon mee moeten kunnen doen in de maatschappij en dat zij zelf moeten betalen voor ‘voorzienbare kosten’. Het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap bekrachtigt dit meedoen en is de basis voor het streven naar een meer inclusieve samenleving. In een inclusieve samenleving kunnen álle mensen, bijvoorbeeld, gewoon gebruik maken van reguliere maatschappelijke voorzieningen.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) concludeert dat 'scherpe keuzes' in de toekomst onvermijdelijk zijn door de steeds sneller stijgende zorgkosten. Het Regeerakkoord gaat uit van een beperking van deze stijgende zorgkosten. Zij zet ondermeer in op het stapsgewijs verder scheiden van wonen en zorg in de ouderenzorg. Doel is om langer thuiswonen verder te stimuleren.

Geldzaken ouderen.svg

Door de toenemende vraag is het financieringssysteem onhoudbaar geworden. Met de invoering van de Wet landurige zorg (Wlz) in 2015 zette de overheid een eerste stap in de nieuwe richting. De Wlz geeft mensen zelf het recht om hun indicatie te verzilveren op de manier die het best past bij hun persoonlijke omstandigheden. Financieel gezien kan het op dit moment voor ca. 50% van de mensen met een Ciz-indicatie aantrekkelijk zijn de indicatie met een Volledig Pakket Thuis (VPT) te verzilveren. Die financieringsvorm biedt ook het recht op meer keuzevrijheid. Landelijk sturen zorgkantoren steeds meer op de inzet van VPT, in lijn met, bijvoorbeeld, het advies van de commissie Bos aan de minister. De koers houdt ook een nieuwe definiëring van het begrip ‘zorg’ in. Volgens deze definitie betaalt de overheid alleen nog maar voor medische zorg en niet meer voor zaken die we in het verleden ‘zorg’ zijn gaan noemen, zoals eten en drinken, lichamelijke verzorging, huisvesting et cetera.

Groei van de vraag en afname
van ondersteuningscapaciteit

Het aantal 75-plussers neemt in de komende decennia in heel Nederland sterk toe. Daarmee groeit ook het aantal mensen met een (intensieve) ondersteuningsvraag. Een groot deel van het huidige aanbod van woon- zorgconcepten voldoet niet meer en sluit onvoldoende aan op veranderende woonwensen. We hebben dus een dubbele opgave: herontwikkeling én groei van het aanbod. Onderzoek van, onder andere, het RIVM en VWS laat zien dat de beschikbare zorg in relatie tot capaciteitsontwikkelingen tot een potentieel ondersteuningsprobleem leidt:

  • het aantal niet-werkenden ten opzichte van werkenden neemt af van 1 op 3 naar 1 op 2;
  • het aantal werkenden in de zorg ten opzichte van het totaal aantal werkenden neemt af van 1 op 7 naar 1 op 4;
  • het aantal mogelijke mantelzorgers neemt af van 10 op 1 naar 4 op 1;
  • in de niet-stedelijke gebieden is sprake van verdunning van het aantal inwoners per vierkante kilometer.