24 juni 2026

Uit onderzoeken blijkt dat het binnenklimaat op een groot deel van de Nederlandse scholen onder druk staat. Volgens de PO-Raad voldoet het binnenklimaat op ongeveer acht op de tien scholen niet aan de gewenste kwaliteit. Problemen met temperatuur, ventilatie en luchtkwaliteit komen voor in zowel oudere gebouwen als relatief nieuwe scholen. Op warme dagen lopen temperaturen in klaslokalen regelmatig op tot boven de 25 graden, met uitschieters richting de 30 graden.

Daarmee groeit hitte uit tot een structureel vraagstuk binnen onderwijshuisvesting.

Effect op gezondheid en leerprestaties

De gevolgen daarvan zijn direct merkbaar. Leerlingen kunnen zich minder goed concentreren, raken sneller vermoeid en ervaren vaker klachten als hoofdpijn, benauwdheid en onrust. Vooral jonge kinderen zijn kwetsbaar tijdens hitteperioden. Zij herkennen signalen van oververhitting minder snel en zijn afhankelijk van begeleiding om voldoende rust, verkoeling en vochtinname te krijgen.

Opvallend is dat oververhitting niet alleen ontstaat tijdens hittegolven. Juist in het voorjaar en najaar kunnen schoolgebouwen snel opwarmen door zoninstraling, interne warmtelast en beperkte mogelijkheden om warmte af te voeren. Moderne gebouwen zijn bovendien steeds beter geïsoleerd, waardoor warmte langer blijft hangen wanneer zonwering, ventilatie en installaties onvoldoende op elkaar zijn afgestemd.

Veel scholen zijn gebouwd in een periode waarin hitte nog geen belangrijke ontwerpopgave was. Grote glasoppervlakken, beperkte buitenzonwering en onvoldoende natuurlijke ventilatie­mogelijkheden zorgen ervoor dat warmte zich snel ophoopt. Tegelijkertijd produceren computers, digiborden, verlichting en volle klaslokalen extra warmte.

Sinds de coronaperiode is er veel aandacht voor ventilatie in scholen. Toch betekent meer ventileren niet automatisch een comfortabeler gebouw. Wanneer warme buitenlucht rechtstreeks naar binnen wordt gebracht of installaties niet goed zijn ingesteld, kan ventilatie juist bijdragen aan hogere binnentemperaturen. Een gezond binnenklimaat vraagt daarom om een integrale aanpak waarin ventilatie, zonwering, isolatie, installaties en gebruik zorgvuldig op elkaar worden afgestemd.

Op korte termijn nemen scholen vaak maatregelen als aangepaste lestijden, extra drinkmomenten, zonwering gebruiken of ventileren tijdens koelere momenten van de dag. Structurele oplossingen vragen echter om meer. Denk aan effectieve buitenzonwering, nachtkoeling, vergroening van schoolpleinen, schaduwvoorzieningen, klimaatadaptieve inrichting en slimme gebouwindelingen. Ook monitoring speelt een steeds grotere rol. Door temperatuur, luchtkwaliteit en CO2 structureel te meten, ontstaat beter inzicht in het functioneren van gebouwen en kunnen gerichte verbeteringen worden doorgevoerd.

Het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025 onderstreept het belang van gezonde en comfortabele leeromgevingen, met aandacht voor temperatuur, ventilatie, energie, licht en geluid. Voor gemeenten en schoolbesturen betekent dit dat hittebestendigheid nadrukkelijk onderdeel moet worden van Integrale Huisvestingsplannen, renovaties en meerjarige onderhoudsstrategieën. Daarbij gaat het niet alleen om techniek, maar ook om exploitatie, beheer, duurzaamheid en welzijn.

Bij HEVO zien we dat klimaatadaptatie een steeds belangrijker onderdeel wordt van onderwijs­huisvesting. Samen met schoolbesturen en gemeenten werken we aan toekomstbestendige leeromgevingen waarin gezondheid, comfort en functionaliteit samenkomen. Want een goed schoolgebouw ondersteunt niet alleen onderwijs, maar biedt ook tijdens warme dagen een veilige en gezonde plek om te leren en te werken.

Ook interessant

Meer weten?

Neem dan contact op met:

Bel me terug