14 september 2026

De ambitie achter inclusief onderwijs is helder en aansprekend: een plek bieden waar ieder kind zo thuisnabij mogelijk onderwijs kan volgen, zich welkom voelt en ondersteuning krijgt die past bij wat het nodig heeft. Tegelijkertijd klinkt er stevige kritiek uit de praktijk. Onderwijsprofessionals maken zich zorgen over het tempo waarin veranderingen worden verwacht, terwijl belangrijke randvoorwaarden nog niet op orde zijn.

Die zorgen moeten serieus genomen worden. Als groepen complexer worden, ondersteuning onvoldoende beschikbaar is of gebouwen niet aansluiten op de behoeften van leerlingen en medewerkers, komt de kwaliteit van het onderwijs onder druk te staan. Juist daarom is de vraag relevant: wat kun je vandaag al doen in de huisvesting om straks meer ruimte te bieden voor inclusiever onderwijs, ook als nog niet precies duidelijk is hoe die ontwikkeling eruit gaat zien?

De beste huisvestingskeuze is niet de meest ambitieuze op papier, maar de keuze die leerlingen en medewerkers straks elke dag helpt. Iris van de Craats, HEVO-expert inclusief onderwijs

De waarde van inclusief onderwijs

Het ideaalbeeld van inclusief onderwijs is sterk. Kinderen groeien samen op, leren dicht bij huis en maken deel uit van dezelfde gemeenschap. In een school waar verschillen er mogen zijn, leren leerlingen niet alleen van de lesstof, maar ook van elkaar. Ze leren samen leven, rekening houden met verschillen en elkaar ondersteunen.

Voor veel scholen sluit dat aan bij waar onderwijs in de kern over gaat: ieder kind zien, begeleiden en ruimte geven om zich te ontwikkelen.

De praktijk is nog onzeker

De overgang naar inclusief onderwijs vraagt veel van scholen, samenwerkingsverbanden, gemeenten en schoolbesturen. Vooral op het gebied van samenwerking tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs, andere vormen van ondersteuning en soms een andere manier van werken. Inclusief onderwijs betekent niet dat specialistische kennis minder belangrijk wordt. Integendeel. Juist de expertise uit het gespecialiseerd onderwijs is hard nodig om kinderen goed te ondersteunen. De vraag is hoe die expertise dichter bij leerlingen, teams en scholen georganiseerd kan worden.

Daarvoor zijn goede randvoorwaarden nodig. Denk aan voldoende personeel, kleinere groepen waar nodig, passende ondersteuning, deskundige teams en gebouwen die rust, overzicht, begeleiding en samenwerking mogelijk maken. Juist daarover bestaan zorgen. Leraren en schoolleiders vragen zich af of zij straks nog alle leerlingen recht kunnen doen. Of er genoeg tijd, ruimte en ondersteuning is. En of het welzijn van leerlingen en medewerkers voldoende wordt beschermd.

Ook in Den Haag is duidelijk dat de randvoorwaarden verder uitgewerkt moeten worden. Staatsecretaris Tielen werkt aan een transitieplan voor inclusief onderwijs, waarin doelen, stappen en voorwaarden concreter moeten worden. Maar veel huisvestingsopgaven kunnen daar niet op wachten. In die opgaven, maar ook op het niveau van gemeentelijk beleid, is het verstandig om nu al na te denken over de vraag welke keuzes in het gebouw straks helpen zonder dat je alles al hoeft vast te leggen.

Leren door te doen

De onzekerheid over de uiteindelijke vorm van inclusief onderwijs hoeft geen reden te zijn om te wachten. Juist in een situatie waarin nog niet alles vastligt, kunnen kleinschalige experimenten waardevol zijn. Bij nieuwbouw, renovatie of herinrichting kan bewust ruimte worden gecreëerd voor nieuwe vormen van onderwijs, ondersteuning en samenwerking. Bijvoorbeeld in de vorm van pilotprojecten. Denk aan gedeelde ondersteuningsruimten, samenwerking tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs of ruimte voor zorg- en welzijnspartners. Zulke pilotprojecten maken het mogelijk om ervaring op te doen zonder direct grote en onomkeerbare investeringen te doen. Zo ontstaat inzicht in wat werkt en welke randvoorwaarden aan huisvesting op termijn echt nodig blijken.

Wat kan huisvesting nu al mogelijk maken?

Een passend schoolgebouw leidt niet vanzelf tot inclusiever onderwijs, maar het kan de ontwikkeling wel ondersteunen of juist belemmeren. Wie nu werkt aan nieuwbouw of renovatie, kan daarom al rekening houden met een aantal ontwerpkeuzes die in bijna iedere huisvestingsopgave waardevol zijn. Ook als de precieze vorm van inclusief onderwijs nog verandert.

Belangrijk is allereerst flexibiliteit. Kies voor een gebouw dat op verschillende manieren gebruikt kan worden en flexibel is in indeling, installaties en de manier waarop ruimten aanpasbaar zijn. Juist die flexibiliteit helpt bij de zorgen die veel leraren en schoolleiders uiten. Niemand weet hoe ondersteuningsstructuren, groepssamenstellingen of de samenwerking tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs zich ontwikkelen. Een flexibel gebouw voorkomt dat scholen nu vastlopen in keuzes die later niet meer passen en biedt ruimte om nieuwe vormen van ondersteuning uit te proberen.

Daarnaast zijn er ontwerpkeuzes die direct helpen bij inclusiever onderwijs:

  • Een logisch en overzichtelijk gebouw met goede zichtlijnen en voldoende bewegingsruimte voor iedereen.
  • Variatie in typen werk- en leerplekken en multifunctionele (spreek)ruimten, afgestemd op uiteenlopende behoeften.
  • Ruimten die samenwerking tussen onderwijs- en zorgprofessionals en individuele begeleiding mogelijk maken.
  • Aandacht voor prikkelgevoeligheid en geborgenheid door rustige materialisatie, akoestische maatregelen en plekken voor concentratie.
  • Ruimten die ontmoeting en contact tussen leerlingen stimuleren en bijdragen aan een gevoel van gemeenschap.

Dit zijn geen luxe toevoegingen. Voor sommige leerlingen maken juist deze keuzes het verschil tussen wel of niet erbij kunnen horen.

Een goed schoolgebouw bepaalt niet de transitie naar inclusiever onderwijs, maar het genereert wel de randvoorwaarden rust, ondersteuning en samenwerking. Iris van de Craats, HEVO-expert inclusief onderwijs

Extra ruimte: geen automatisch gegeven, wel een serieus gesprek

Wie inclusiever onderwijs serieus neemt, komt vroeg of laat bij de vraag naar ruimte en geld. Niet omdat extra vierkante meters op zichzelf de oplossing zijn, maar omdat ondersteuning, rust, beweging en samenwerking ergens moeten landen in het gebouw.

Binnen de normatieve kaders is uitvoering van veel van de genoemde ontwerpkeuzes mogelijk. Zeker wanneer ontwerpkeuzes vroeg worden meegenomen. Maar wie inclusieve huisvesting verder wil doorvoeren, loopt in veel gevallen tegen de grenzen van de verordening aan. In de praktijk gaat het dan vooral om drie soorten ruimten:

  1. Extra circulatie- en bewegingsruimte.
  2. Spreek-, behandel- en ondersteuningsruimten.
  3. Ruimere groepsruimten of aanvullende plekken voor instructie, rust en begeleiding. 

Sommige gemeenten verkennen daarom bij nieuwbouw een beperkte ruimteopslag ten bate van inclusief onderwijs. Dat is een waardevolle ontwikkeling, mits die ruimte gericht wordt ingezet. Extra meters zijn geen vanzelfsprekendheid en ook geen garantie op beter onderwijs. Leraren en schoolleiders benadrukken terecht dat succes vooral afhangt van ondersteuning, expertise, tijd en samenwerking. Extra ruimte is alleen waardevol wanneer deze aantoonbaar bijdraagt aan begeleiding, rust, ondersteuning of samenwerking. Het gesprek zou daarom vooral moeten gaan over welk gebruik een ruimte mogelijk maakt.

HEVO adviseert om in een IHP, renovatieverkenning of nieuwbouwopgave met scenario’s te werken. Bijvoorbeeld een basisvariant binnen de norm, een gerichte plusvariant met beperkte extra ruimte voor ondersteuning, rust en beweging, en een ambitievariant waarin inclusieve uitgangspunten ruimer worden doorgevoerd. Zo wordt zichtbaar wat elke stap vraagt aan vierkante meters, investering, exploitatie en organisatie.

Als schoolbesturen en gemeenten inclusief onderwijs willen versterken, hoort daar soms aanvullende ruimte of financiering bij. Tegelijk ontvangen gemeenten hiervoor niet automatisch extra rijksmiddelen en krijgen scholen niet vanzelf extra bekostiging voor de ondersteuning die nodig is. Investeren in inclusie blijft dus een bestuurlijke en politieke keuze. Juist daarom is het belangrijk om de afweging concreet te maken: niet ‘meer ruimte omdat inclusie belangrijk is’, maar ‘deze ruimte is nodig om deze ondersteuning, rust of samenwerking mogelijk te maken’.

Extra ruimte is pas verdedigbaar als duidelijk is welk gebruik daarmee mogelijk wordt: begeleiding, beweging, ontmoeting of juist even afzondering. Iris van de Craats, HEVO-expert inclusief onderwijs

Wat kan binnen bestaande huisvesting?

Niet iedere school krijgt op korte termijn nieuwbouw of een grote renovatie. Ook dan kan het bestaande gebouw worden verbeterd vanuit dezelfde inclusieve ontwerpvragen. Gerichte verbeteringen zijn vaak mogelijk. Denk aan multifunctionele spreekruimten, betere akoestiek, rustiger kleur- en materiaalgebruik, kleine plekken voor terugtrekking of slimmer gedeeld gebruik van ruimten met zorg- en ondersteuningspartners. Ga voor ingrepen die ondersteuning, rust, overzicht en samenwerking versterken.

Er zijn ook gemeenten die verkennen om in bestaande scholen onderwijsruimte die leegstaat (vanwege ruimteoverschotten) aan te passen en geschikt te maken voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Zo kunnen bijvoorbeeld groepen uit het gespecialiseerd onderwijs binnen een reguliere setting onderwijs en ondersteuning ontvangen. Dit is niet volledig inclusief onderwijs, maar wel een belangrijke tussenstap richting een gezamenlijke leeromgeving. En het kan een prachtig pilotproject zijn om van te leren.

Realistisch kijken naar inclusiever onderwijs 

Inclusief onderwijs vraagt niet om schoolgebouwen die de toekomst precies voorspellen. Het vraagt om gebouwen die ruimte laten voor ontwikkeling.

In de praktijk betekent dit: wacht niet tot alle kaders volledig zijn uitgewerkt, maar maak nu al bewuste keuzes. Over flexibiliteit. Over rust en overzicht. Over ondersteuning dichtbij. Over extra ruimte waar die echt nodig is. En over wat binnen bestaande kaders haalbaar is. Daarbij past een realistische benadering. Niet alles hoeft vandaag al volledig inclusief te zijn. Juist door bij renovatie, nieuwbouw of herinrichting keuzes te maken die flexibiliteit, ondersteuning en samenwerking mogelijk maken, kunnen scholen stap voor stap ervaring opdoen en voorbereid zijn op ontwikkelingen die nog niet volledig voorspelbaar zijn. Zo ontstaat een gebouw dat niet alleen past bij de opgave van vandaag, maar ook ruimte biedt voor morgen.

Meer weten?

Neem dan contact op met:

Bel me terug