17 maart 2026

Hoe houd je de exploitatie van een sportaccommodatie betaalbaar zonder in te leveren op kwaliteit en gebruiksgemak? Volgens Jean-Marc Vloemans, senior adviseur bij HEVO, ligt het antwoord in een slimme, creatieve en systematische aanpak van zowel inkomsten als uitgaven. Niet door één grote ingreep, maar door een serie gerichte keuzes die elkaar versterken: ontwerp, bezetting, energie, onderhoud en organisatie.

Exploitatie is geen spreadsheet, maar een dynamisch evenwicht

Elke sportaccommodatie kent een continue stroom van middelen. Aan de ene kant zijn er inkomsten uit verhuur, verenigingen, onderwijs, kaartverkoop, horeca en soms sponsoring of fondsen. Aan de andere kant drukken energielasten, schoonmaak, beheer, onderhoud en vervanging zwaar op de begroting. Zeker bij energie-intensieve voorzieningen zoals zwembaden is de gevoeligheid voor energieprijzen groot; onderzoek onder gemeenten laat zien dat (verwachte) stijgingen van energiekosten direct doorwerken in de exploitatie en de financiële druk vergroten. 
‘Het is zaak om de bezettingsgraad zo hoog mogelijk te krijgen’, stelt Vloemans. ‘Maar bezetting is niet hetzelfde als drukte; het gaat om slim programmeren, goed aansluiten op de lokale behoefte en de accommodatie aantrekkelijk en eenvoudig maakbaar houden voor verschillende doelgroepen.’

Bezettingsgraad verhogen; van ‘uren vullen’ naar ‘waarde stapelen’

Bezetting is een van de krachtigste stuurvariabelen in exploitatie. In de gemeentelijke beleidspraktijk worden bezettingsgraden vaak langs normen benaderd (bijvoorbeeld uren per jaar of aandeel ten opzichte van technisch maximaal gebruik). Een voorbeeld uit gemeentelijk beleid laat zien hoe verschillende normen naast elkaar worden gezet, inclusief een benadering van ‘technisch maximaal gebruik’ in uren per jaar. 

In de praktijk betekent ‘slim bezetten’ vaak:

  • Combineren van doelgroepen in één dagritme: onderwijs overdag, verenigingen in de avond, recreatief aanbod in daluren, doelgroepen (senioren/validatie) op rustige momenten.
  • Multifunctioneel gebruik zonder frictie: ruimten die eenvoudig om te schakelen zijn (scheidings­wanden, slimme opslag, robuuste afwerking).
  • Roosterlogica en logistiek: piekdrukte sturen (entree, kleedkamers, routing) zodat extra gebruikers niet direct extra beheerkosten veroorzaken.
  • Samenwerkingsafspraken: heldere SLA’s/huurafspraken met onderwijs, verenigingen en exploitant over gebruik, schade, schoonmaakregime en sleutelbeheer.

De winst zit niet alleen in extra huurinkomsten, maar ook in betere spreiding van kosten en het verlagen van ‘stilstandsverlies’ (uren waarin het gebouw verwarmd, verlicht en beheerd is zonder opbrengst).

Slim bouwen, slim beheren; exploitatie begint in het Programma van Eisen

Bij sportvastgoed wordt nog te vaak gestuurd op de initiële investering, terwijl exploitatie de echte langjarige kostenpost is. In de sportsector wordt daarom expliciet gewerkt met Total Cost of Ownership (TCO); niet alleen bouw, maar ook terugkerende kosten voor onderhoud, instandhouding, beheer en exploitatie én toekomstige aanpassingen gedurende de levensduur. 

HEVO ondersteunt opdrachtgevers vanaf de ontwerpfase tot en met het dagelijks beheer. Bij nieuwbouw betekent dit onder meer:

  • Energieprestatie en regelbaarheid: installaties die niet alleen ‘zuinig’ zijn, maar vooral goed regelbaar en uitleesbaar (zodat je kunt sturen).
  • Onderhoudsarme keuzes: materialen en detailleringen die bestand zijn tegen intensief gebruik en natte ruimten.
  • Schoonmaaklogica: indeling en materiaalkeuzes die schoonmaaktijd reduceren (vaak structurele winst).
  • Flexibiliteit: ruimtelijke opzet die meebeweegt met veranderende verenigingsstructuur en programmering.

Bij bestaande accommodaties is vaak verrassend veel winst te behalen met relatief beperkte ingrepen, mits je ze kiest op basis van data en levensduur.

Technische levensduur als stuurinstrument; ‘vervangen op het juiste moment’

Vloemans benadrukt dat elk onderdeel van een accommodatie zijn eigen technische gebruiksperiode kent. Niet om het exact te voorspellen, maar om planmatig te sturen:

  • Gebouw: circa 40 jaar (sterk afhankelijk van kwaliteit, gebruik en onderhoud).
  • Installaties: circa 15-20 jaar.
  • Inrichting/afwerking: circa 10-15 jaar (afhankelijk van intensiteit en vandalismegevoeligheid).

Door dit te koppelen aan een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en een vervangingsstrategie voorkom je twee dure valkuilen: te laat vervangen (storingen, noodreparaties, comfortklachten) en te vroeg vervangen (kapitaalvernietiging). De kunst is om onderhoud, vervanging en verduurzaming te bundelen in logische ‘ingreepmomenten’.

Verduurzamen met focus op meetbaarheid; zonder data geen grip

De verduurzaming van sportaccommodaties is in Nederland expliciet geagendeerd via sectorale routekaarten. Die routekaarten onderstrepen ook een praktisch probleem; zonder goed inzicht in waar energie wordt verbruikt (bijvoorbeeld via submetering) is het lastig om maatregelen te prioriteren en effect aan te tonen. 

In de exploitatiepraktijk betekent ‘datagedreven verduurzamen’ onder meer:

  • Submetering en dashboards: splitsen per functie (hallen, horeca, zwembadtechniek, ventilatie) om echte energieverspillers te vinden. 
  • Slimme sturing: vraaggestuurd ventileren/verwarmen op basis van bezetting (in plaats van vaste klokprogramma’s).
  • Optimalisatie vóór vervanging: eerst inregelen, isolatielekken en regelstrategieën aanpakken; daarna pas grote investeringen.
  • Integrale koppeling aan programmering: daluren niet of minder ‘klimatiseren’ als er geen gebruik is.

Financiering en subsidies; benutten wat er is, zonder afhankelijk te worden

Voor verenigingen en stichtingen zijn er landelijke subsidies die investeringen in bouw, onderhoud en verduurzaming kunnen ondersteunen. De BOSA-regeling biedt bijvoorbeeld een basissubsidie­percentage en een hoger percentage bij investeringen in onder andere circulariteit, klimaatadaptatie of toegankelijkheid. 
Belangrijk in de exploitatie-aanpak is dat subsidies een versneller kunnen zijn, maar geen businesscase vervangen. De basis moet kloppen: bezetting, onderhoudsstrategie en energiebeheer.

Alle expertise onder één dak; integraal sturen werkt het snelst

Het grote voordeel van een integrale aanpak is dat de maatregelen elkaar niet tegenwerken. Een keuze die bouwkundig logisch is, kan installatietechnisch (of organisatorisch) juist extra beheerkosten veroorzaken en andersom.
‘Wij brengen techniek, bouwkunde en financiën bij elkaar’, zegt Vloemans. ‘Zo kun je snel toetsen: wat doet deze maatregel met comfort, met gebruik, met onderhoud én met de exploitatie? En vooral: kun je het straks ook beheren met de mensen en middelen die je hebt?’

Sleutelprincipes voor een sportaccommodatie

Een sportaccommodatie exploiteren is meer dan cijfers bij elkaar optellen. Het vraagt om visie, creativiteit en samenwerking. De sleutel zit in een paar principes:

  1. Ontwerp en beheer als één geheel (TCO-denken). 
  2. Bezetting verhogen door programmering en maakbaarheid. 
  3. Data als basis voor energie en onderhoudssturing. 
  4. Slim combineren van ingreepmomenten om kosten én overlast te beperken.
  5. Subsidies benutten als versneller, niet als fundament. 

Met de juiste aanpak wordt niet alleen bespaard, maar ook gebouwd aan duurzame, toekomst­bestendige voorzieningen die prettig zijn voor sporters, bezoekers en beheerders.

Ook interessant

Meer weten?

Neem dan contact op met:

Bel me terug