Nieuwbouw en renovatie gespecialiseerd onderwijs
Project in uitvoering: De Bodde Tilburg
Project in uitvoering: De Bodde Tilburg
2 maart 2026
De Bodde in Tilburg is een school die speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) biedt aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben op het gebied van leren en gedrag. Omdat de school de laatste jaren een flinke groei doormaakte, werd HEVO ingeschakeld om het proces en project naar een passende en vernieuwde huisvesting te begeleiden.
Het project bestaat uit zowel nieuwbouw als renovatie. Halverwege 2025 zijn de contracten met de aannemers ondertekend die respectievelijk de bouw, de werktuigbouwkundige installaties en de elektrotechnische installaties gaan realiseren. Vooralsnog is de planning dat het nieuwe schoolgebouw in het najaar van 2026 wordt opgeleverd. We nemen de stand van zaken op met Gijs de Bont, voormalig voorzitter College van Bestuur bij Biezonderwijs, de organisatie voor gespecialiseerd onderwijs waaronder ook De Bodde valt.
‘Iedereen die gaat werken in het vernieuwde gebouw, verheugt zich nu al’, vertelt Gijs opgetogen. ‘We kijken uit naar een grotere, mooiere en functionelere leeromgeving voor de kinderen die extra aandacht en ondersteuning nodig hebben.’ Bij het ontwerp en de geplande inrichting van het gebouw is veel aandacht besteed aan de kenmerken die een gebouw voor gespecialiseerd onderwijs net iets anders maken dan een regulier schoolgebouw. Gijs: ‘Bij ons is natuurlijk alles zoveel mogelijk georganiseerd in en rondom de klas. Sommige leerlingen hebben intensieve begeleiding nodig, vaak ook echt zorg. Daarom is er relatief veel ruimte nodig. Plekken die veiligheid bieden, maar ook in praktisch opzicht genoeg ruimte bieden om zorg te bieden. Veel leerlingen kunnen niet lezen, en kunnen dat ook niet leren. Daarom moet er ook veel plek zijn voor kleur, visuele indicaties, plaatjes. Dat is allemaal meegenomen in het ontwerp en de inrichting.’
Er is veel vertrouwen dat de bouw volgens de planning zal verlopen en dat na de zomer van 2026 het gebouw in gebruik kan worden genomen. En dat optimisme is niet ongegrond, vindt Gijs. ‘Alle stappen die we tot nu toe hebben gezet, zijn heel goed gegaan. En wat mij betreft heeft de betrokkenheid en deskundigheid van HEVO daar veel mee te maken. Natuurlijk moet het een beetje meezitten. Maar als bij een totaal investeringsbudget van 10 miljoen euro de afwijking tussen de inschatting vooraf en de uiteindelijke aanbieding van drie aannemers bij elkaar opgeteld niet groter is dan een paar duizend euro, dan denk ik dat het financieel beheer van dit project heel goed op orde is. Dat is zeer positief.’
‘Wat ook heel positief is’, zo voegt hij eraan toe, ‘is dat de verhuizing van onze leerlingen in het najaar van 2024 naar de tijdelijke huisvesting zeer soepel is verlopen. Onze leerlingen hebben een verstandelijke beperking, en dat maakt de overgang naar een andere omgeving gewoon heel ingrijpend. Maar door de tijdelijke huisvesting zoveel mogelijk in te richten als het oorspronkelijke gebouw, is het allemaal heel geordend verlopen.’
Uiteraard was duurzaamheid een belangrijke factor bij de nieuwe huisvesting van De Bodde. Aandacht is uitgegaan naar zonnepanelen en een zo laag mogelijk energie- en waterverbruik. Maar ook naar de materiaalkeuze. Voor de kozijnen is bijvoorbeeld goed nagedacht over de onderhoudskosten en de levensduur van de gekozen materialen. ‘Soms is het initieel duurder, maar op de lange termijn juist duurzamer om in kwalitatief betere materialen te investeren’, aldus Gijs. ‘Ook daarin heeft de begeleiding en advisering van zowel HEVO als de aannemer geholpen.’
Zoals bij iedere organisatie voor gespecialiseerd onderwijs, is er bij Biezonderwijs veel aandacht voor de ontwikkelingen richting inclusief onderwijs. Daarbij vindt Gijs het belangrijk dat inclusie het doel is. ‘Volgens ons betekent inclusie dat je wilt dat iedereen zoveel mogelijk kan meedoen in onze samenleving. Als dat kan via aansluiting in het reguliere onderwijs, dan juichen wij dat toe. Maar als het voor sommige leerlingen beter bereikt kan worden via een vorm van gespecialiseerd onderwijs, dan moet je dat ook gewoon blijven doen. Wat ik wil zeggen, inclusief onderwijs is geen doel op zich. Inclusie is het doel. En je moet iedere keer blijven kijken hoe dat doel het best bereikt kan worden.’
Voor een deel van de leerlingen van Biezonderwijs wordt momenteel gekeken naar wat er nodig is om hen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs te laten meedraaien bij reguliere scholen. Ook in het basisonderwijs worden stappen gezet. Gijs: ‘We zijn al met 12 PO-scholen in gesprek over de vraag welke ondersteuning zij van ons nodig hebben om onze leerlingen in hun systeem op te nemen. Voor een aanzienlijk aantal leerlingen geldt dat ze best in het regulier onderwijs zouden kunnen blijven meedraaien als we iets beter in staat zouden zijn om om te gaan met verschillen. En dat vraagt misschien om extra ondersteuning, middelen en expertise. Daarin zijn deze samenwerkingen van ons een mooi begin.’
‘Maar dat is één kant van het verhaal’, voegt Gijs eraan toe. ‘De andere kant van het verhaal is dat wij bij De Bodde ook leerlingen hebben met een ernstige verstandelijke beperking, met uitstroomperspectief dagbesteding. Voor hen is een aansluiting met een reguliere setting op dit moment nog echt een brug te ver.’
Gijs vindt in principe dat een school een minisamenleving zou moeten zijn waar je leert met verschillen om te gaan. Een observatie die hij nog graag toevoegt, gaat over de vraag waarom het gesprek over inclusief onderwijs in Nederland zich meestal toespitst op integratie van gespecialiseerd onderwijs in het regulier onderwijs. Gijs: ‘Als je het hebt over speciaal onderwijs, dan heb je het over 3 tot 4% van de leerlingen. Maar in de gesprekken over inclusie hebben wij het bijna nooit over de 100% leerlingen die al voor hun 12e op vrij rigide wijze uit elkaar worden georganiseerd in verschillende vormen van voortgezet onderwijs. Vmbo- en vwo-leerlingen komen elkaar niet meer tegen. En dan zijn ze volwassen, en moeten ze alsnog leren elkaar te begrijpen.
In Nederland segmenteren wij ons onderwijs veel meer dan in andere landen. En ik vind het best schrijnend dat de meest populaire scholen in ons land vaak ook de scholen zijn waar de exclusie het grootst is. In Tilburg is de meest populaire school een school waar havisten en vwo-leerlingen al vanaf de brugklas in gescheiden gebouwen les krijgen. De vrije schoolkeuze en inclusie verhouden zich kennelijk niet zo goed tot elkaar.’
Als het gaat over inclusief onderwijs, dan moet het ook daarover gaan, vindt Gijs. Want wetenschappelijk onderzoek bevestigt iedere keer opnieuw: ‘Als je kinderen tot hun 15e bij elkaar houdt in groepen, dan blijven de slimste leerlingen ongeveer hetzelfde resultaat bereiken, maar gaan de leerlingen die later op gang komen (dat kan ook door milieu en achtergrond komen) veel beter presteren. Zij doen het dan veel beter dan wanneer zij op 11-jarige leeftijd een soort slechtnieuwsgesprek krijgen met de mededeling dat ze bijvoorbeeld naar vmbo-kader moeten. Het gaat om grote groepen kinderen die op dat moment voelen dat ze niet goed genoeg zijn. Dat moet en kan beter.’
Gijs de Bont was voorzitter College van Bestuur bij Biezonderwijs, de organisatie voor gespecialiseerd onderwijs waar ook De Bodde onder valt. Biezonderwijs biedt met negen scholen en een eigen expertisecentrum speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs aan circa 2.000 leerlingen van 4 tot 20 jaar. Samen met 600 collega’s krijgen de kinderen de aandacht en het zelfvertrouwen om te groeien en boven zichzelf uit te stijgen.

Dit artikel is opgenomen in ons magazine Gewoon speciaal, 2025.
Bekijk dit magazine