Nieuwbouw kostenconfigurator Onderwijs
Snel en betrouwbaar inzicht in de kosten van een nieuw schoolgebouw
Wat kost het bouwen van een school?
Die vraag speelt bij vrijwel elk nieuwbouwproject in het primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en (voortgezet) speciaal onderwijs (V)SO. Met de nieuwbouw kostenconfigurator onderwijs van HEVO krijgt u snel en kosteloos inzicht in de verwachte investeringskosten van een nieuw schoolgebouw.
Deze gratis tool helpt schoolbesturen, gemeenten en andere betrokkenen om vroegtijdig onderbouwde keuzes te maken en het gesprek over budget en kwaliteit goed voorbereid te voeren.
Wat is de kostenconfigurator nieuwbouw school?
De kostenconfigurator is een praktische en toegankelijke rekentool waarmee u zelf scenario’s kunt samenstellen voor de nieuwbouw van een school. U start vanuit de basiskwaliteit volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en voegt daar eenvoudig eigen ambities en kwaliteitskeuzes aan toe.
Zo ontstaat snel een realistische kostenindicatie die past bij uw onderwijsvisie, huisvestingsdoelen en financiële kaders.
Keuzes in kwaliteit, duurzaamheid en exploitatie
In de kostenconfigurator kunt u onder andere keuzes maken op het gebied van:
- Programma van Eisen Frisse Scholen 2025
Verwerking van het geactualiseerde Programma van Eisen, inclusief verschillende ambitieniveaus. - Energie
Inzicht in de meerkosten van de stap van BENG (bijna energieneutraal) naar ENG (energieneutraal). - Exploitatiegericht bouwen
Afwegingen die niet alleen de investering, maar ook de toekomstige gebruiks- en onderhoudskosten beïnvloeden. - Duurzaam bouwen
Keuzes in ambitie ten aanzien van circulariteit, waterretentie en ecologie/natuurinclusiviteit om duurzaamheid concreter vorm te geven.
Inclusieve scholen expliciet meegenomen
Nieuw in de kostenconfigurator is de mogelijkheid om criteria voor inclusieve scholen door te rekenen. Op basis van de publicatie Bouwstenen voor inclusievere scholen zijn maatregelen opgenomen die bijdragen aan toegankelijke en toekomstbestendige schoolgebouwen.
Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) is dit verder uitgewerkt in:
- Zes rubrieken.
- Specifieke maatregelen per doelgroep.
- Uitgebreidere items die aansluiten bij de praktijk van het speciaal onderwijs.
Hiermee wordt inclusieve onderwijshuisvesting concreet én financieel inzichtelijk.
Ondersteuning bij het gesprek over kosten en kwaliteit
Met de nieuwbouw kostenconfigurator onderwijs wil HEVO bijdragen aan een open en realistisch gesprek over de kosten van passende onderwijshuisvesting. De tool ondersteunt bij het onderbouwen van keuzes en helpt om te komen tot een eerlijke en reële gemeentelijke bijdrage aan nieuwbouwprojecten. Geen black box, maar transparantie en inzicht als basis voor goede besluitvorming.
Vragen of meer weten?
Wilt u meer weten over de kostenconfigurator of sparren over de nieuwbouw van een school?
Neem gerust contact op met Martijn van Gemert. Hij denkt graag met u mee over de financiële en inhoudelijke keuzes die bij onderwijshuisvesting komen kijken.
Wilt u de nieuwbouw kostenconfigurator kosteloos ontvangen?
Schoolbesturen, gemeenten en andere belanghebbenden kunnen de kostenconfigurator nieuwbouw 2026 kosteloos bij ons opvragen.
Aanvragen
kostenconfigurator nieuwbouw
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van HEVO B.V.
De kostenconfigurator is door ons met zorg samengesteld, doch voor de juistheid en volledigheid (van het gebruik) daarvan kan niet worden ingestaan. HEVO aanvaardt op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor gebruikmaking van de via de website van HEVO opgevraagde kostenconfigurator.
Ook interessant
Meer weten over de kostenconfigurator nieuwbouw?
Neem dan contact op met:
Martijn van Gemert
Veelgestelde vragen
1. Hoeveel budget krijgt een school tegenwoordig?
Een gemiddelde basisschool in Nederland van circa 230 leerlingen ontvangt in 2025 ongeveer € 6.500 per leerling, met daarnaast een vast bedrag per vestiging dat het totale beschikbare budget (inclusief lumpsum) voor de school gemiddeld op ruim € 7.000 per leerling per jaar brengt; dit is exclusief extra middelen voor specifieke regelingen zoals achterstandenbeleid of speciaal onderwijs.
2. Wat kost het bouwen van een nieuw schoolgebouw in het PO, VO of (V)SO?
De kosten voor nieuwbouw van een schoolgebouw verschillen per onderwijssoort, omvang en kwaliteitsniveau. Met de nieuwbouw kostenconfigurator onderwijs van HEVO krijgt u snel en kosteloos een realistische kostenindicatie.
In Nederland liggen de bouwkosten voor nieuwbouw van een schoolgebouw in 2026 gemiddeld in de volgende bandbreedte:
Bouwkosten per m²
- € 3.000 - € 4.300 per m² bvo
(brutovloeroppervlak, exclusief grond, inrichting en sloop)
Totale investering (indicatief)
- Primair onderwijs (PO)
Kleine tot middelgrote basisschool (± 1.200 - 1.500 m²):
€ 3,6 - € 6,5 miljoen - Voortgezet onderwijs (VO)
Middelgrote school (± 2.500 - 3.000 m²):
€ 7,5 - € 13 miljoen - (Voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO)
Door extra voorzieningen vaak duurder (± 1.800 - 2.200 m²):
€ 6 - € 9+ miljoen
Belangrijke uitgangspunten
- Bedragen zijn exclusief grondkosten, terreininrichting, meubilair en ICT.
- Hogere ambities op het gebied van duurzaamheid, binnenklimaat, inclusie of multifunctioneel gebruik duwen de kosten richting de bovenkant van de bandbreedte.
- De uiteindelijke kosten worden sterk beïnvloed door omvang, complexiteit en locatie.
Samenvatting
Reken voor nieuwbouw van een schoolgebouw globaal op: € 3.000 - € 4.300 per m² bvo, oftewel enkele miljoenen euro’s voor PO en richting € 10 miljoen of meer voor VO en (V)SO.
3. Hoe krijgen we vroeg in het proces grip op de kosten van een nieuw schoolgebouw?
In de initiatieffase worden de belangrijkste keuzes gemaakt, terwijl het financiële effect daarvan vaak nog onduidelijk is. De kostenconfigurator maakt het mogelijk om al aan het begin van het traject verschillende huisvestingsscenario’s door te rekenen. Zo krijgen schoolbesturen en gemeenten direct inzicht in de kostenconsequenties van ambities op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en functionaliteit. Dit zorgt voor een goed onderbouwd en realistisch gesprek over budget, prioriteiten en haalbaarheid, nog vóórdat het ontwerp vastligt.
4. Welke keuzes hebben de meeste invloed op de kosten van schoolnieuwbouw?
De grootste kostenverschillen ontstaan door keuzes in kwaliteitsniveau, duurzaamheid, materialisatie en exploitatiegericht bouwen. Met de kostenconfigurator wordt direct inzichtelijk wat het financiële effect is van verschillende ambitieniveaus, zoals varianten binnen Frisse Scholen, energieprestaties en afwerkingsniveau. Hierdoor wordt helder welke keuzes de investering substantieel verhogen of juist beheersbaar houden en waar bewust kan worden gestuurd op kosten en kwaliteit.
5. Hoe verhouden ambities voor Frisse Scholen zich tot de bouwkosten?
Het Programma van Eisen Frisse Scholen 2025 onderscheidt meerdere ambitieniveaus voor onder andere binnenklimaat en energieprestatie. De kostenconfigurator maakt inzichtelijk welke meerkosten deze ambitieniveaus met zich meebrengen ten opzichte van de basiskwaliteit volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarmee wordt duidelijk welke financiële consequenties hogere ambities hebben en kan een bewuste afweging worden gemaakt tussen kwaliteit, comfort en budget.
6. Wat betekenen duurzaamheidsambities zoals BENG of ENG voor de investering?
Keuzes voor duurzaamheid hebben directe en meetbare gevolgen voor de investeringskosten. De kostenconfigurator laat concreet zien wat de financiële impact is van het opschalen van BENG naar ENG, bijvoorbeeld door extra maatregelen op het gebied van energieopwekking, installaties en isolatie. Zo kunnen duurzaamheid en betaalbaarheid in samenhang en op basis van inzicht tegen elkaar worden afgewogen.
7. Hoe nemen we exploitatie en onderhoud mee in de kostenafweging?
Een lage initiële investering betekent niet automatisch lage kosten in gebruik. De kostenconfigurator ondersteunt exploitatiegericht bouwen door inzicht te geven in ontwerp- en materiaalkeuzes die van invloed zijn op onderhoud, beheer en levensduurkosten. Hierdoor kunnen investeringskosten en exploitatiekosten bewust in samenhang worden afgewogen, in plaats van los van elkaar.
8. Hoe maken we verschillende nieuwbouwscenario’s financieel vergelijkbaar?
Verschillen in omvang, kwaliteitsniveau en ambities leiden tot grote verschillen in investeringskosten. De kostenconfigurator zet deze varianten om in eenduidige en transparante kostenoverzichten, waardoor scenario’s objectief naast elkaar kunnen worden gelegd. Zo ontstaat snel inzicht in financiële bandbreedtes, consequenties en keuzeruimte, als stevige basis voor besluitvorming.
9. Hoe nemen we inclusieve onderwijshuisvesting mee in de kosten van nieuwbouw?
Inclusieve scholen vragen om gerichte ruimtelijke en bouwkundige keuzes, zoals toegankelijkheid, prikkelreductie en flexibiliteit voor verschillende gebruikers. De kostenconfigurator bevat expliciete en afzonderlijk inzichtelijke opties voor inclusieve scholen, gebaseerd op de publicatie Bouwstenen voor inclusievere scholen. Hierdoor wordt inclusie niet alleen een inhoudelijke ambitie, maar ook een expliciet meegewogen kostenpost in de afweging tussen ontwerp, kwaliteit en budget.
10. Wat betekent nieuwbouw voor inclusieve huisvesting in het (V)SO?
Nieuwbouw in het (voortgezet) speciaal onderwijs biedt de kans om inclusie vanaf de basis mee te ontwerpen. Dat betekent dat het gebouw niet alleen voldoet aan wet- en regelgeving, maar daadwerkelijk aansluit op de diverse ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Denk aan prikkelarme omgevingen, duidelijke oriëntatie, veilige leer- en verblijfsruimten en flexibiliteit voor verschillende doelgroepen.
Binnen de kostenconfigurator zijn deze inclusieve uitgangspunten vertaald naar thematische rubrieken en doelgroepgerichte keuzes. Hierdoor kunnen scholen en gemeenten de financiële impact van inclusieve maatregelen expliciet meenemen en realistische, betaalbare nieuwbouwscenario’s verkennen die passen bij de praktijk van het (V)SO.
11. Waar halen scholen in Nederland het grootste deel van hun financiering vandaan?
In Nederland wordt het primair en voortgezet onderwijs vrijwel volledig publiek gefinancierd.
Kern van de financiering
- Rijksoverheid (OCW) verzorgt veruit het grootste deel van de financiering via een lumpsumbekostiging aan schoolbesturen.
Deze bekostiging dekt:
- Personeelskosten (salarissen, vervanging).
- Materiële instandhouding (onderhoud, energie, leermiddelen).
- Organisatie en ondersteuning. - Gemeenten zijn verantwoordelijk voor:
- Onderwijshuisvesting (nieuwbouw, renovatie, uitbreiding).
- Aanvullende middelen, zoals onderwijsachterstandenbeleid en leerlingenvervoer.
Aandeel overheid versus overige bronnen
- > 95% van de totale schoolfinanciering is afkomstig van overheidsmiddelen (rijk en gemeenten).
- < 5% komt uit overige bronnen, zoals:
- Vrijwillige ouderbijdragen (niet verplicht en niet kostendekkend).
- Subsidies en projectgelden.
- Incidentele sponsoring.
Conclusie
Nederlandse scholen halen hun financiering vrijwel volledig uit publieke middelen. De Rijksoverheid is de hoofdfinancier van het onderwijsproces, terwijl gemeenten verantwoordelijk zijn voor de huisvesting. In tegenstelling tot landen als de VS is het Nederlandse onderwijsstelsel nagenoeg 100% collectief gefinancierd.
12. Wat zijn de officiële normbedragen voor de bouw van een school in Nederland?
Normbedragen zijn standaard vergoedingsbedragen (dat zijn landelijke richtlijnen die gemeenten gebruiken om te berekenen hoeveel zij voor de nieuwbouw van schoolgebouwen mogen vergoeden) die in de Modelverordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs zijn opgenomen.
Ze bestaan uit:
- Een startbedrag voor een basisoppervlak van de school.
- Een bedrag per extra m² brutovloeroppervlak (m² bvo).
Deze bedragen gelden als maximale vergoeding voor nieuwbouw als niet op werkelijke kosten wordt vergoed.
Normbedragen bouwkosten nieuw schoolgebouw (voorbeeld 2026)
- Basisonderwijs
- Startbedrag voor de eerste 350 m² bvo: € 2.232.423,35
- Per volgende m² bvo: € 2.380,32 - Speciaal basisonderwijs (SBO)
- Startbedrag eerste 650 m² bvo: € 3.365.197,97
- Per volgende m² bvo: € 3.721,68
- Toeslag per speellokaal: € 319.296,66 - Speciaal onderwijs / (V)SO
- Startbedrag eerste 670 m² bvo: € 3.238.458,88
- Per volgende m² bvo: € 3.699,61
- Toeslag per speellokaal: € 319.296,66 - Voortgezet onderwijs/praktijkonderwijs
Voor VO en praktijkonderwijs bestaat de normvergoeding uit een vaste voet per voorziening en per sectie (in plaats van alleen een bedrag per m²). Deze worden specifiek berekend op basis van grootte en type onderwijsruimte en zijn niet eenvoudig samengevat in één tarief per m².
Dit is meegenomen in de normbedragen:
✔ Bouwkosten van het gebouw.
✔ Toeslagen voor fundering en terreininrichting.
✔ Eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen.
✔ Indien van toepassing: speellokalen en technische voorzieningen.
Indexatie en actualisatie
De normbedragen worden jaarlijks aangepast aan de bouwkostenstijging. Voor 2025 stegen de bouwkostennormen bijvoorbeeld met +5,68% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Kernpunten in het kort
- Normbedragen zijn richtlijnen voor hoeveel gemeenten mogen vergoeden bij nieuwbouw.
- Ze bestaan uit een startbedrag + prijs per m² bvo.
- Voor PO, SBO, SO/(V)SO zijn specifieke bedragen vastgesteld; VO wordt per voorziening/sectie berekend.
- De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van bouwkostenstijging.