Sinds een aantal jaren monitort HEVO de ontwikkeling van de leerlingenaantallen binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO). Het blijft een interessante casus omdat de invoering van de Wet passend onderwijs primair zou moeten leiden tot een afname van het aantal ingeschreven leerlingen in het speciaal onderwijs, daarmee resulterend in meer inclusief onderwijs. De werkelijkheid blijkt echter weerbarstig. Bij onze advisering en ondersteuning van organisaties door het gehele land merken wij deze, vanuit de wet gewenste, ontwikkeling maar zeer beperkt tot niet. Reden te meer voor dit herhalende onderzoek.
5 februari 2026
Ontwikkeling leerlingenaantallen binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs
De verschillen tussen de ‘clusters’ binnen het (V)SO zijn groot. Om die reden is het ook van belang om de ontwikkelingen uit te splitsen naar de verschillende clusters. Onderstaande figuren geven deze uitgesplitste ontwikkeling van de leerlingenaantallen vanaf de invoering van passend onderwijs (2014/2015) weer.
Figuur: ontwikkeling leerlingenaantallen SO
Figuur: ontwikkeling leerlingenaantallen VSO
Reeds een aantal jaren concluderen wij dat er binnen het (V)SO grote verschillen zichtbaar zijn. Het leerlingenaantal binnen het SO-cluster 1 (visuele beperking) is al jaren min of meer stabiel. In de praktijk betreft dit veelal leerlingen die de extra faciliteiten en ondersteuning die een SO-school kan bieden ook nodig hebben en dus niet of beperkt mee kunnen in een ‘reguliere’ setting.
Bij SO-cluster 2 (auditieve en/of taalkundige beperking) is een min of meer vergelijkbare ontwikkeling te zien. Nadat hier de laatste jaren een lichte stijging was, is er dit jaar weer een lichte daling in het leerlingenaantal. Overall is er een redelijk stabiel beeld van het leerlingenaantal, dit ligt rond de 6.200 - 6.500 leerlingen. Het grote verschil ontstaat (nog steeds) bij SO-cluster 3/4. Direct na de invoering van passend onderwijs is hier een aanzienlijke daling merkbaar geweest. Echter, sinds schooljaar 2017/2018 is deze daling omgezet in een (forse) groei van het aantal leerlingen. De groei heeft zich ook in het schooljaar 2024/2025 weer voortgezet. In totaal is het aantal leerlingen in dit cluster met maar liefst 18,5% toegenomen ten opzichte van het jaar waarin passend onderwijs is ingevoerd. Voor deze clusters is er dan ook bepaald geen sprake van een ‘succesvolle’ implementatie van het passend onderwijs. Die ontwikkeling wordt nog versterkt wanneer de ontwikkeling van het aantal leerlingen in het ‘reguliere’ primair onderwijs over diezelfde periode erbij betrokken wordt. In dezelfde periode is het aantal leerlingen in het reguliere primair onderwijs namelijk met ruim 7% afgenomen (ruim 100.000 leerlingen). Terwijl de totale leerlingenpopulatie krimpt, groeit het aantal leerlingen binnen SO-cluster 3/4.
Binnen het VSO is een soortgelijke trend zichtbaar. In de clusters 1 en 2 is de afname wel duidelijker dan in het SO. Kennelijk is het mogelijk om deze leerlingen voldoende ondersteuning en handvatten te bieden om vervolgens over te stappen naar het reguliere onderwijs. Ook technische ontwikkelingen en ambulante begeleiding spelen hierbij een belangrijke rol. Een mooie ontwikkeling op weg naar inclusiever onderwijs.
Echter geldt ook hier dat cluster 3/4 een afwijking laat zien. Hoewel het effect zowel procentueel als absoluut minder extreem is dan in het SO, is ook hier de laatste jaren een stijging merkbaar in het aantal leerlingen. Sinds het schooljaar 2021/2022 is de groep leerlingen groter dan vóór de invoering van het passend onderwijs, en die ontwikkeling is dit schooljaar weer versterkt. Ook hier geldt dat in dezelfde periode het aantal leerlingen binnen het ‘reguliere’ voortgezet onderwijs gedaald is met circa 5% (ruim 50.000 leerlingen).
Weerbarstige realiteit
Door deze weerbarstige realiteit ontstaan er al langere tijd vraagstukken, zowel organisatorisch als voor wat betreft de huisvesting; groei en krimp hebben daar immers effect op. Hoewel wij het landelijke beeld schetsen, zijn de regionale verschillen vanzelfsprekend groot. Zo blijkt het in de praktijk voor lokale overheden ook lastig te zijn om ‘grip’ te krijgen op de ontwikkeling van het (V)SO. Om het bewustzijn te (blijven) creëren dat de invoering van het passend onderwijs lang niet overal en voor ieder cluster resulteert in teruglopende leerlingenaantallen binnen het (V)SO, blijven wij in dit onderzoek herhalen. Het is van belang om samen op te trekken in het beantwoorden van de huisvestingsvraagstukken waar deze scholen mee geconfronteerd worden. Streven naar flexibiliteit en kwalitatief goede onderwijsvoorzieningen is onmisbaar in het ondersteunen van deze kwetsbare groep leerlingen.
Magazine Gewoon speciaal
Dit artikel is opgenomen in ons magazine Gewoon speciaal, 2025.