Duurzaamheidsclaims
Zo onderbouwt HEVO duurzaamheidsclaims
Duidelijk over ambitie, prestatie en resultaat
Duurzaamheid vraagt om concrete taal. Woorden als duurzaam, circulair, energiezuinig en gezond zeggen pas iets als duidelijk is waarop ze zijn gebaseerd.
Daarom maakt HEVO bij concrete duurzaamheidsclaims onderscheid tussen wat een project wil bereiken, wat is berekend, wat is gerealiseerd en wat tijdens het gebruik is gemeten. Waar relevant vermelden we de toegepaste norm of methode, de projectfase, het jaar en de reikwijdte van de prestatie.
Zo maken we keuzes en resultaten zo duidelijk en controleerbaar mogelijk.
Niet iedere claim is al een bewezen resultaat
Een duurzaamheidsdoel ontwikkelt zich gedurende een project. Daarom onderscheiden we vier niveaus:
- Ambitie: wat de opdrachtgever wil bereiken.
- Ontwerpuitgangspunt: wat in het Programma van Eisen of ontwerp is vastgelegd.
- Berekende prestatie: de uitkomst van een berekening op basis van vastgestelde uitgangspunten.
- Gerealiseerde of gemeten prestatie: wat bij oplevering is vastgesteld of tijdens het gebruik daadwerkelijk is gemeten.
Een berekende ontwerpwaarde is niet automatisch gelijk aan de prestatie in de praktijk. Het werkelijke energiegebruik of binnenklimaat wordt bijvoorbeeld ook beïnvloed door bezetting, gebruik, instellingen, beheer en weersomstandigheden.
Wat betekenen de gebruikte begrippen?
BENG
BENG staat voor bijna energieneutrale gebouwen. Voor vergunningaanvragen van nieuwbouw gelden drie eisen: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie.
De BENG-prestatie wordt berekend volgens NTA 8800. Deze berekening gebruikt gestandaardiseerde uitgangspunten en is daarom niet hetzelfde als het werkelijke energiegebruik van een gebouw.
Bij een concrete BENG-claim vermelden we waar mogelijk de berekende waarden, grenswaarden, projectfase en datum van de berekening.
ENG
ENG wordt gebruikt als afkorting van energieneutraal gebouw. Deze term heeft niet altijd dezelfde betekenis. De prestatie kan alleen betrekking hebben op het gebouwgebonden energiegebruik, maar ook op het totale gebruik inclusief apparatuur.
Daarom gebruiken we ENG alleen wanneer duidelijk is:
- Welk energiegebruik wordt meegenomen.
- Over welke periode de energiebalans geldt.
- Waar de energie wordt opgewekt.
- Of sprake is van een berekening of meting.
Als deze gegevens ontbreken, benoemen we liever de concrete energieprestatie.
NTA 8800
NTA 8800 is de bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen. De methode wordt onder meer gebruikt voor BENG-berekeningen en energielabels.
NTA 8800 is geen duurzaamheidskeurmerk. Bij een concrete berekening zijn de toegepaste versie, gebouwfunctie, projectfase en berekeningsdatum van belang.
MPG
MPG staat voor Milieuprestatie Gebouwen. Een MPG-berekening maakt de milieubelasting van de toegepaste materialen inzichtelijk. De uitkomst wordt uitgedrukt in euro per vierkante meter brutovloeroppervlak per jaar.
Een lagere MPG-score betekent binnen dezelfde methode en vergelijkingsbasis een lagere berekende milieubelasting. De score zegt echter niet alles over circulariteit. Behoud, hergebruik, losmaakbaarheid en de aanpasbaarheid van een gebouw zijn er niet altijd volledig uit af te leiden.
Bij een MPG-claim vermelden we waar relevant de score, grens- of streefwaarde, projectfase, berekeningsdatum en toegepaste methode.
LCA en MKI
Een LCA, oftewel levenscyclusanalyse, brengt de milieu-impact van een product of bouwwerk gedurende verschillende fasen van de levenscyclus in kaart. Denk aan grondstofwinning, productie, transport, gebruik, onderhoud en verwerking na het einde van de levensduur.
De MKI, de milieukostenindicator, voegt verschillende milieueffecten samen tot één monetaire waarde.
Resultaten uit een LCA of MKI-berekening kunnen alleen zorgvuldig worden vergeleken wanneer onder meer de functie, levensduur, systeemgrenzen en rekenmethode gelijk zijn.
GPR Gebouw
GPR Gebouw maakt prestaties zichtbaar op vijf thema’s:
- Energie.
- Milieu.
- Gezondheid.
- Gebruikskwaliteit.
- Toekomstwaarde.
Per thema wordt een afzonderlijke score bepaald. Daarom publiceren we bij voorkeur niet alleen één algemene GPR-score, maar de relevante score per thema. Ook maken we duidelijk of het om een ambitie, ontwerpberekening, opleveringsberekening of gevalideerde prestatie gaat.
Paris Proof
Paris Proof is een doel- en rekenkader van Dutch Green Building Council. Het kan betrekking hebben op:
- Het werkelijke operationele energiegebruik van een gebouw.
- De materiaalgebonden CO2-uitstoot van nieuwbouw of renovatie.
Een Paris Proof-ambitie betekent niet automatisch dat het prestatieniveau al is behaald. Daarom vermelden we bij een concrete claim welk protocol is gebruikt, welke gebouwfunctie en grenswaarde gelden en of het om een berekende of gemeten prestatie gaat.
Hoe maken we circulariteit concreet?
Circulariteit kan gaan over behoud, minder materiaalgebruik, hergebruik, losmaakbaarheid, biobased materialen, flexibiliteit en toekomstig hergebruik.
Wanneer we een gebouw of maatregel circulair noemen, maken we daarom zo concreet mogelijk:
- Wat behouden blijft.
- Welke materialen worden hergebruikt.
- Hoeveel materiaal het betreft.
- Hoe het aandeel biobased materiaal is bepaald.
- Hoe losmaakbaarheid of aanpasbaarheid is beoordeeld.
- Of het om een ambitie, ontwerpkeuze of gerealiseerd resultaat gaat.
Eén materiaalkeuze, keurmerk of MPG-score maakt een gebouw niet automatisch circulair.
Zorgvuldig communiceren over CO2
Bij claims over CO2 maken we onderscheid tussen:
- Uitstoot door het energiegebruik.
- Materiaalgebonden uitstoot.
- Uitstoot door bouw en transport.
- Berekende reductie ten opzichte van een referentiesituatie.
- Eventuele compensatie.
Bij een concrete CO2-prestatie vermelden we waar mogelijk de scope, periode, eenheid, berekeningsmethode en referentiesituatie. Compensatie en daadwerkelijke emissiereductie presenteren we niet als hetzelfde resultaat.
Wat vermelden we bij een concrete claim?
Afhankelijk van de claim en de beschikbare projectinformatie maken we duidelijk:
- Waarop de claim betrekking heeft.
- Of het een ambitie, eis, berekende prestatie, gerealiseerd resultaat of meting is.
- Welke norm, methode of bron is gebruikt.
- Welke waarde, eenheid en grenswaarde gelden.
- Welke projectfase en periode zijn onderzocht.
- Welke belangrijke uitgangspunten of beperkingen gelden.
- Welke partij de berekening, meting of toetsing heeft uitgevoerd.
Niet ieder project gebruikt dezelfde instrumenten. De passende onderbouwing hangt af van de opgave, het gebouwtype, de projectfase, de opdracht van HEVO en de afspraken met de opdrachtgever.
Onze rol
HEVO helpt opdrachtgevers om duurzaamheidsambities te vertalen naar haalbare en controleerbare keuzes. Afhankelijk van onze opdracht formuleren we ambities en projecteisen, vergelijken we scenario’s, begeleiden we onderzoeken en berekeningen of bewaken we afgesproken prestaties tijdens ontwerp en realisatie.
HEVO is niet bij ieder project zelf de opsteller of certificeerder van een berekening. Waar relevant benoemen we daarom welke deskundige partij de prestatie heeft berekend, gemeten of getoetst.
Duurzaamheidsinformatie blijft in ontwikkeling
Wetgeving, normen, rekenmethoden en protocollen veranderen. Bij concrete projectclaims zijn daarom altijd de versie, datum, projectfase en projectspecifieke onderbouwing bepalend.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 20 juli 2026.





