Menu

5 juni 2020

Huisvesting voor speciaal onderwijs is echt speciaal

Het domein van speciaal onderwijs is bloeiend. Dat is eens te meer gebleken nadat de werking van de Wet passend onderwijs, die in 2014 inging, niet uitpakte zoals werd beoogd: het in het reguliere onderwijs opgaan van het speciaal onderwijs. In sommige opzichten is het speciaal onderwijs zelfs gegroeid. Hoe mooi het idee ook is om regulier en speciaal onderwijs samen te laten gaan; er zullen altijd leerlingen zijn die behoefte hebben aan een andere omgeving en een andere manier van onderwijs.

Toe aan vervanging

Het speciaal onderwijs is er voor leerlingen die specialistische of intensieve onderwijsbegeleiding nodig hebben. De huisvesting van speciaal onderwijs heeft vaak weggestopt gezeten in verlaten schooltjes voor primair onderwijs. Locaties die ‘over’ waren en niet specifiek voor de doelgroep waren gebouwd. De meeste van die scholen zijn intussen zo oud dat gemeenten wel tot nieuwbouw of vervangende huisvesting over moeten gaan. Bij het ontwikkelen van zo’n nieuwe school wordt dan vaak verder gedacht dan enkel het aanbieden van onderwijs. Bij reguliere scholen wordt tegenwoordig bijna altijd kinderopvang aangeboden en kindcentra worden gerealiseerd. Bij speciaal onderwijs is buitenschoolse opvang en zorgondersteuning net zo noodzakelijk.

De ontwikkeling van deze zogenaamde expertisecentra is een zeer gewenste vernieuwing binnen het speciaal onderwijs.

Nu gemeenten verantwoordelijk zijn voor het hele zorgpakket is de verwachting dat beter wordt nagedacht over het zorgaanbod en de huisvesting voor speciaal onderwijs in afstemming met de schoolbesturen.

Geschikt gebouw

Het is belangrijk om te onderkennen dat de huisvesting voor speciaal onderwijs speciaal is. Niet elk gebouw is hiervoor geschikt. De leerlingen die specialistische of intensieve onderwijsbegeleiding nodig hebben, hebben het vaak al lastig genoeg. Met de juiste huisvesting kan de aandacht goed gestuurd worden, zonder storende afleiding of onnodige prikkels. De denkbeelden over dit type huisvesting zijn de laatste jaren positief veranderd. Goede huisvesting vraagt echter wel de nodige aandacht. Zeker als je bedenkt dat speciaal onderwijs niet één doelgroep is, maar uit een aantal verschillende doelgroepen bestaat. Vroeger werden die doelgroepen aangeduid met clusters, en hoewel die indeling officieel niet meer bestaat, wordt deze nog wel gebruikt.

Specialistische huisvesting

In feite gaat het bij speciaal onderwijs om vier compleet verschillende doelgroepen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen leerlingen die visueel of auditief beperkt zijn, die zeer moeilijk leren (zmlk) en die zeer moeilijk opvoedbaar (zmok) zijn. En zelfs binnen die verschillende groepen zijn weer diverse problematieken te herkennen. Dat betekent dat voor elke doelgroep specifieke huisvesting nodig is. Voor leerlingen die visueel beperkt zijn, zijn in de huisvesting andere aanpassingen nodig dan voor iemand die auditief beperkt is. Voor visueel beperkten is het aspect licht een belangrijk thema in de huisvesting: kleine flikkeringen merken ze veel sneller op dan dat wij dat doen. Voor leerlingen met gehoorproblemen geldt juist dat aan akoestiek hogere eisen moeten worden gesteld. En bij huisvesting voor moeilijk opvoedbare kinderen zijn weer heel andere zaken van belang. Voor bijvoorbeeld autistische leerlingen is vaak een prikkelarme omgeving met veel structuur in huisvesting gewenst, daarentegen is voor hoogbegaafden het bieden van uitdaging belangrijk. Terwijl auditief en visueel beperkte leerlingen vaak nog een solitaire huisvesting hebben, vindt er nu steeds vaker vermenging plaats van de zmlk- en zmok-leerlingen, de zogenaamde zmolk'ers. Dat zijn kinderen die in beide clusters ingedeeld kunnen worden. Voor hen is huisvesting mogelijk onder één dak, waarbij elke groep zijn eigen thuisbasis heeft maar er ook plekken zijn om elkaar te ontmoeten en ruimten te delen.

Onder één dak

De vraag naar het onder één dak samenbrengen van verschillende soorten speciaal onderwijs en allerlei ondersteunende specialisten ziet HEVO steeds vaker ontstaan. In deze zogenaamde expertise- of kenniscentra wordt samengewerkt met bijvoorbeeld orthopedagogen, spelagogen, fysiotherapeuten, logopedisten, kortom alle mogelijke specialisten waar kinderen in het speciaal onderwijs veel gebruik van maken. Wanneer de therapieën buiten school plaatsvinden, vraagt dat veel van ouders, zoals het regelen van vervoer en extra tijdbelasting. In een expertisecentrum kunnen kinderen onder schooltijd hun therapieën doen. Dat is fijn voor de kinderen en ouders maar is ook nuttig voor de therapeuten omdat er korte lijnen zijn met het onderwijzend personeel.

De korte lijnen tussen het zorg- en opleidingsteam hebben een enorme meerwaarde door de bredere en gezamenlijke blik die ontstaat om naar de ontwikkeling van de kinderen te kijken.

Een dergelijk centrum wordt momenteel gebouwd in Oud-Beijerland. Uniek is dat expertise en deskundigheid gebundeld worden met drie scholen, een zorginstelling én zelfs voortgezet speciaal onderwijs. In dit nieuwe kenniscentrum komen speciaal onderwijs, begeleiding en opvang voor elk kind van 0 tot 18 jaar dat niet naar de reguliere kinderopvang of basisschool kan. De ondersteunende specialisten (zoals fysiotherapeut, logopedist, orthopedagoog en spelagoog) krijgen een zichtbare plek in de nieuwbouw.
HEVO heeft de samenwerking begeleid en de realisatie is in volle gang.

Een andere vraag die HEVO steeds vaker tegenkomt is het opnemen van voortgezet speciaal onderwijs binnen reguliere voortgezet onderwijs-scholen of om op campussen samen te werken met regulier voortgezet onderwijs. Dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat beide doelgroepen gebruik kunnen maken van praktijkruimten die er bij grote voortgezet onderwijs-instellingen vaak wel zijn, maar voor scholen in het speciaal voortgezet onderwijs veel te duur zijn. In de toekomst zullen dit soort samenwerkingen vaker worden opgezet, vanzelfsprekend met behoud van een veilige en niet te massale omgeving voor deze kinderen.

Taal van de opdrachtgever

Wanneer HEVO bij een huisvestingsvraag in het speciaal onderwijs wordt betrokken, gaan we eerst in gesprek met de opdrachtgever om te achterhalen welke doelgroep hij bedient en wat zijn onderwijskundige visie is. Samen onderzoeken we vervolgens hoe we die onderwijskundige visie het best kunnen vertalen naar huisvesting en of er nog samenwerkingspartners zijn die de visie kunnen versterken. In het proces voeden we de opdrachtgever met mogelijkheden, maar onze grootste kracht is dat we de taal van de opdrachtgever spreken en concreet durven te zijn in het beschrijven en daarna realiseren van zijn wensen. In deze intensieve trajecten ontstaat vaak een vertrouwensband en merkt de opdrachtgever dat HEVO het project met de hoogste kwaliteit wil realiseren. De hoogste kwaliteit in materialen en duurzaamheid, maar het allerbelangrijkst: de hoogste kwaliteit in functionaliteit, waarbij onderwijs en zorg kunnen excelleren door ondersteuning van de huisvesting.

Yvon Ketelaars

Meer weten?

Neem dan contact op met Yvon Ketelaars, telefoon 073 6 409 409

Deel deze pagina via